Werken volgens EDI

Goede instructie die afgestemd is op het kind, doet ertoe.

Op de Colignyschool werken we voor de vakken Rekenen, taal en spelling met het Expliciete Directe Instructie model (EDI). Dit is een bewezen aanpak om de leseffectiviteit te verhogen en te zorgen voor succeservaringen en betere leerprestaties bij alle kinderen.  Door kwalitatief goede instructie en kinderen actief te betrekken bij de inhoud van de lessen, wordt er een grote mate van betrokkenheid gerealiseerd. Hierdoor nemen gedragsproblemen af en neemt de leerwinst toe. Voordat een les begint bespreekt de leerkracht met de kinderen aan welk leerdoel ze gaan werken in de les.
 

Niet controleren, maar activeren

De leerkracht zorgt er bij het activeren van voorkennis  voor, dat hij/zij de kinderen vraagt wat ze al over het onderwerp weten in het algemeen. Het doel van activeren van voorkennis is om álle kinderen te activeren, álle kinderen na te laten denken en álle kinderen de kans te geven om hun werkgeheugen te vullen met kennis waaraan de nieuwe leerstof kan worden gekoppeld. We willen niet controleren welke kinderen het al weten, maar hen allemaal activeren. 

 

De instructie:

De belangrijkste fase van een les is de instructiefase. Hierin wordt de leerstof aangeboden aan de kinderen.  We gebruiken  drie vormen van instructie: uitleggen, voordoen en hardop denken. 

Leren is leuk

Om de leerstof goed eigen te kunnen maken, wordt deze duidelijk en sober aangeboden aan de kinderen. De leerstof staat centraal en de beschikbare leertijd wordt doelgericht gebruikt om het lesdoel te behalen.  De kinderen merken dat ze iets beheersen wat eerst buiten hun interesses en mogelijkheden lag. Dit besef heeft een enorme impact op hun werkhouding en betrokkenheid. Kinderen ervaren: ik kan het! Dit zie je terug in hun zelfvertrouwen en motivatie.
 

Begeleide inoefening:

Tijdens de les verschuift de verantwoordelijkheid van de leerkracht naar de kinderen: ‘Ik doe het voor, wij doen het samen, jij doet het zelf.’ De fase van begeleide inoefening is de fase van ‘wij doen het samen’ en vormt de brug tussen de lesfasen van instructie en zelfstandige verwerking.


Wisbordje

Wisbordjes zijn een eenvoudig en doeltreffend middel om in één oogopslag te zien of de hele klas je instructie heeft begrepen. In plaats van één kind voor de klas te roepen of een beurt te geven, stel je de vraag aan de klas als geheel en noteren alle kinderen hun antwoord op hun wisbordje dat ze daarna onder hun kin omhoog houden.

  • Schrijf het antwoord op je wisbordje.
  • Als je klaar bent, leg je het wisbordje op de kop.
  • acht, negen, tien, laat maar zien!
  • Alle kinderen houden hun wisbordje onder hun kin.
  • De leerkracht kan rustig controleren of iedereen de leerstof begrijpt.

Na de verwerking

De leerkracht evalueert aan het einde van de les met de kinderen of het leerdoel is behaald.